Voorwoord
Het verhaal over mijn oom Follie is gebaseerd op een twee pagina's groot artikel in de Harlinger Courant dat verscheen op  3 mei 1968.
Omdat ik naar mijn oom vernoemd ben heb ik mij altijd  geïnteresseerd  in de levensloop van mijn oom en heb ik alle informatie over hem verzameld. Waar mogelijk heb ik de extra informatie in het verhaal toegevoegd. Het archaïsche taalgebruik van het oorspronkelijke verhaal heb ik zoveel mogelijk gehandhaafd.  Veel dank ben ik verschuldigd aan de heer Bekius voor het uitgebreide onderzoek en het schrijven van het oorspronkelijke artikel.

Folkert Bouma
Image
FOLLIES JONGE JAREN

Folkert Bouma werd geboren op 8 juni 1921 in Sint Jacobiparochie tot grote vreugde van zijn ouders en zusje Jo. Amper 10 maanden oud verhuisde hij met ouders en zus naar de Voorstraat 15 in Harlingen. Op de toen nog stille Voorstraat speelde hij als kleuter en de weinige auto’s die passeerden kon je op de vingers van één hand tellen, en golden toen nog als een bezienswaardigheid.
De leerplicht gold ook voor Follie en in de zomer van 1927 stapte hij bedeesd over de drempel van wat men in de volksmond School A noemde. Follie ontpopte zich als een zeer goede leerling en begon toen reeds belangstelling te krijgen voor de vliegerij. Toen hij de leeskunst dan ook machtig was, was het geen probleem meer voor de familie Bouma om voor Follies verjaardag een passend cadeau te bedenken.
Zonder doubleren doorliep hij de lagere school. De cijfers op het eindrapport waren zodanig dat Follie beslist onrecht zou zijn aangedaan als hij niet naar de H.B.S. zou zijn gestuurd. Om vader en moeder niet op extra kosten te jagen, was Follie van één gedachte bezield. Door hard te werken met vijf jaar zijn einddiploma  in de zak te steken. Hij raakte in deze tijd bevriend met Frits van Ruyven en gezamenlijk blokten ze hard, om dit eenmaal voor ogen gestelde ideaal te bereiken. Ook bij de familie van Ruyven werd Follie een graag geziene gast.

Ondanks ijverig blokken vond Follie nog tijd om aan sport te doen. Het kaatsen was bij hem favoriet. En het kwam zo wel eens voor, dat Follie thuis kwam met de vraag: “Moeke, kanne we vanavond wat vroeger ete, want ik wil nog even naar het land om te kaatsen.” Dat moekes opoffering om het eten wat eerder op tafel te zetten niet voor niets was, bewees hij de 7e augustus 1936. Op ruim 15-jarige leeftijd won Follie toen, tezamen met Frans Helfrich en Gerrit Braaksma, de Freulepartij in Wommels.

Nederland in de crisisjaren.

Intussen zat Nederland in de crisisjaren, terwijl Follie zijn H.B.S.-diploma in de zak had. Follie kon niet "aan de slag” komen en stak zijn misnoegen daarover niet onder stoelen of banken. Meer om de tijd te doden volgde hij nog een cursus typen en steno, terwijl zijn jongensdroom om vlieger te worden weer vastere vorm aannam. Follie begon ernstig te denken om maar vervroegd "de dienst” in te gaan en ziende dat Follie door dit gedwongen niets doen moreel werd aangetast, tekende vader Bouma tenslotte na veel wikken en wegen het contract, dat Follie voorlopig voor twee jaar de zekerheid gaf om iets om handen te hebben. Follie kreeg de mogelijkheid de opleiding te volgen tot vlieger bij de Marine Luchtvaart school in Vlissingen

Ondanks diplomatieke verklaringen van Duitse zijde dat in Nederland geen haar gekrenkt zou worden, was het Follie die voelde, dat hij de zondags vóór de Pinkster in 1940 voor het laatst thuis was. Hij probeerde die dag zijn vader ervan te overtuigen, dat het binnenkort "los” zou gaan. ’s Avonds, toen hij per laatste gelegenheid naar Vlissingen ging, zei hij tegen moeder bij het afscheid: "Blief nou maar mooi in huus moeke, ik red me wel.”

Moeder Bouma vond dit vreemd want het was altijd de gewoonte, dat wanneer Follie naar zijn onderdeel terugkeerde, moeder en zoon op de hoek van de St. Odolphisteeg nog even naar elkaar zwaaiden. Moeder week ook nu niet van die gewoonte af en als bij ingeving draaide Follie zich bij genoemde steeg om, bleef staan en zwaaide langer dan gewoonlijk. Dit was de laatste keer dat moeder haar toen 19-jarige zoon zag.


Ontsnapt naar Engeland

De Vliegschool in Vlissingen ontsnapte na vier dagen strijd op 14 mei 1940 aan de Duitse aanvallers. In hun verouderde S IV toestellen volgden ze de Belgische kust tot aan Frankrijk, waar ze neerstreken op het vliegveld Carpiquet. Na enkele dagen op adem te zijn gekomen gingen ze op 25 mei verder naar Cherbourg, met achterlating van de vliegtuigen. In Cherbourg werd enkele dagen gewacht op orders. Deze lieten niet lang op zich wachten en op 30 mei werden de vliegscholen Haamstede en Vlissingen en de vliegers van de Marine-LuchtVaartdienst ingescheept op de Batavier II, welke op de overtocht naar Engeland werd geëscorteerd door H.R.M.S. Mijnenveger Jan van Gelder. Dit was weer eens wat anders dan vliegen.

Op 31 mei, ’s avonds 17.30 uur, werden de vliegers gedebarkeerd in Haver Fordwest (Engeland) en daar tijdelijk ondergebracht in afwachting van het betrouwbaarheidsonderzoek. Op 10 juni 1940 werden allen overgeplaatst naar kamp Porth Cawl. Op 30 juni werd al het vliegend personeel overgeplaatst naar R.A.F.-station Hednesford, waar de technische opleiding werd voortgezet in afwachting van de beslissing van de regering of verdere opleiding tot oorlogsvlieger in Indië mogelijk zou zijn. De regering kwam tot de conclusie dat dit mogelijk was.

De eerste foto

Follie als voetballer

Follie wint de Freule-partij

Op de H.B.S

Op de vliegschool

GELEGERD IN NEDERLANDS-INDIE

En zo werd op 5 september vertrokken van het station Hednesford en vervolgens in Liverpool ingescheept op de “Durbam Castle”,een stoomtramper.

Tezamen met 80 leerling-vliegers van de Koninklijke Luchtvaart en Kon. Marine werd Follie ingedeeld op het marinevliegkamp ,,Morokrembangan” waar hij een aspirant officier-vliegeropleiding volgde. Er werd gelest op Ryan vliegtuigen.

Het was november 1940 en de hele groep leerling-vliegers kwam op de foto voor een plaatselijke krant. Er werd tevens verzocht aan de burgerbevolking van Soerabaja, om hun huis open te stellen voor de militairen. De bevolking gaf hier graag gehoor aan en Follie en zijn onafscheidelijke vriend en medeleerling Wim van Stijn, kregen een pied à terre bij de familie Betke aan de van Imhofflaan 23.  

Naast de familie Betke woonde de familie Lokhorst, vader en moeder met twee blonde dochters zo rond de 18 en 19 jaar. Follie en vriend Wim informeerden bij de familie Betke op welke manier ze nu eens de dochters van de buren konden benaderen. Vader Lokhorst had het voorlopig niet op de twee vliegers staan en weigerde hun de toegang tot zijn huis, inclusief zijn twee dochters, totdat.....

Tornado over Morokrembangan

Het was begin 1941. Eerst werd een verongelukte kameraad aan de schoot van moeder aarde toevertrouwd. Enkele dagen later woedde een orkaanachtige onweersbui over Morokrembangan, die midden in de nacht hangaar en slaapgelegenheid van de vliegers in puin joeg. Bedden, koffers en kleren waren weg en de vliegers moesten die nacht naar een andere slaapgelegenheid omzien. Follie en Wim van Stijn reden meteen naar de van Imhofflaan, alwaar ze de familie Betke niet thuis troffen .......

Pa Lokhorst geeft zich over

Dit was de grote kans dacht Follie en stapte op blote voeten, onderbroek en omgeslagen deken een deur verder. Nat en verkleumd belden zij bij de familie Lokhorst aan. Pa deed open, zag het tafereel, en na tekst en uitleg van de beide vliegers, liet hij ijlings twee slaapplaatsen in de zitkamer improviseren. De veste was genomen. Zonder de familie Betke ook maar iets te kort te doen, werden door Follie (in huiselijke kring in Indië "Fol” genoemd) en Van Stijn vele bezoekjes afgelegd aan de familie Lokhorst. Hier leerden ze de familie beter kennen. De oudste dochter was verloofd met een K.M.A.-officier; zus Neel was vrij en Fol was gecharmeerd door haar. Gevieren ging men eten bij de Chinees of gewoon thuis gezellig kletsen. Fol vertelde daar graag over Harlingen, zijn ouders, zijn zusters en zijn broer.

“Kanst niet segge wast wuust”

Naarmate men elkaar beter leerde kennen begon Follie daar het Harlinger direct te propaganderen. Zo was bovengenoemde uitdrukking een geliefkoosde vraag van hem als de gezusters elkaar iets in het Maleis te vertellen hadden. harlingen en zij familie bleven hem echter in het verre Indiën hoog zitten, en zo vertelde hij daar: "Als ik de kans krijg, vlieg ik eens laag over de Voorstraat." In dit zelfde jaar behaalde Follie zijn vliegbrevet en ging hij over naar de Marine.

Morokrembangan moest worden gereden. Hij riep dan een taxi, sprong erin, waarna hij met boven vermelde kreet ’t oor van de chauffeur streelde. Vertaald: "Chauffeur loop met duizend voeten."
Deze kreet wordt nog steeds bij de familie Lokhorst in ere gehouden. De familie Lokhorst bewaart dankbare herinneringen aan Follie, die zijn liefde voor het ouderlijk huis in Harlingen daar overplantte.

Stunten boven Soerabaja

Het was 10 juli 1941. De familie Lokhorst vierde de verjaardag van dochter Neel. Follie leverde een grootse bijdrage hieraan, door een nummertje "stuntwerk” in the good old Ryan. De commandant van Morokrenbanban leverde ook stuntwerk, door Follie hiervoor een week arrest te wijzen.


“Chauffeur djalan serator kakki”

 Deze door Follie samengestelde kreet gebruikte hij wanneer (weer op het nippertje van het avondappél) nog naar Morokrembangan moest worden gereden. Hij riep dan een taxi, sprong erin, waarna hij met boven vermelde kreet ’t oor van de chauffeur streelde. Vertaald: "Chauffeur loop met duizend voeten." Deze kreet wordt nog steeds bij de familie Lokhorst in ere gehouden. De familie Lokhorst bewaart dankbare herinneringen aan Follie, die zijn liefde voor het ouderlijk huis in Harlingen daar overplantte.

Follie staat midden achter

Lokatie onbekend

Brief Rode Kruis

Brevet

Weer naar Engeland

Op 3 september 1941 vertrok Follie in opdracht van de Nederlandse regering per boot uit Soerabaia naar San Francisco  en reisde vervolgens per trein door naar Halifax, van waaruit hij met de SS Nestor van de Blue Funnel Lines de Atlantische Oceaan overstak om op 4 november 1941 de schotse kust in zicht te krijgen. Follie heeft dus een complete reis om de wereld gemaakt.

Follie is in training om een geharde oorlogsvlieger te worden. Hij traint daar o.a. in Grantham, Silloth en Finmer. In november van dat jaar werd hij ingedeeld bij het beroemde 320 Squadron. Een eenheid bestaande uit  de Nederlandse Marine Luchtvaartdienst vliegers en grondpersoneel. De sterkte was 10-13 vliegtuigen en 300 manschappen. De Engelsen noemden deze Nederlandse eenheid de Royal Netherlands Naval Air Service dat was ingedeeld bij het Coastal Command.

Het "werk" voor de vliegers bestond in hoofdzaak uit patrouillevluchten langs de engelse, noorse en nederlandse kust. De aldaar varende schepen werden aangevallen met de boordmitrailleurs of met bommen; De "kisten" waar voor deze doeleinden mee gevlogen werd, waren de Lockheed Hudsons die met hun vliegbereik van meer dan 3200 km. hiervoor uitstekend geschikt waren. De twee motoren van 1100 pk. leverden een snelheid van gemiddeld 350 km. per uur. De Hudsons waren bruin-groen gecamoufleerd en hadden een engelse registratie. Ten teken dat de Hudsons van het 320 squadron. gevlogen werden door Nederlanders, voerden ze een oranje driehoek op de neus, terwijl er Indische en nederlandse namen (bijv. “Bandoeng” en “Wageningen”) op de kist geschilderd waren. Voor zover bekend werden er in 1942 vier Hudsons van het 320 Squadron onder de nederlandse kust neergeschoten en een 7-tal onder noorwegen. De neergeschoten machines werden direct door nieuwe aangevuld, Van 1941 tot begin 1943 maakten de Hudsons zo'n slordige 1230 operationele vluchten vanaf de vliegbasis Leuchars (Schotland) en Carew Cheriton. De Hudsons hadden ook tot taak geallieerde konvooien te beschermen, evenals het opsporen van verongelukte vliegtuig-bemanningen. We kunnen rustig aannemen, dat Follie ook zijn aandeel in deze vluchten heeft gehad.

Begin 1943 werden de Hudsons vervangen door Mitchells, een tweemotorige middelzware bommenwerper, bewapend met vijf mitrailleurs en die een bommenlast van 2 ton torsten. De kist, die voorzien was van radar en een neuswiel, behaalde een gemiddelde snelheid van 460 km per uur. De bemanning bestond uit 4 koppen. Het gebruik van radar en neuswiel werd door de mannen van het 320 squadron  op de vliegbasis Methwold beoefend, en had tevens een praktisch doel en wel de zogenaamde air-sea-rescue sorties, Het opsporen Van vliegtuigbemanningen die op de thuisreis, na een raid op Duitsland, aan- of neergeschoten in de Noordzee waren gestort. Het 320 squadron werd overgeplaatst naar Attl bridge.

12 JUNI 1943
Vanaf dat vliegveld startte op 12 juni 1943,te ’s morgens 10.30 uur, een Mitchell met als bemanning: A. van Amsterdam, vlieger; Follie Bouma, waamemer; kpl. vl. tel.de Haan; matr. I.Engelsma, boordschutter. Het nummer van de kist was Fr. 143,letter A. In het vluchtrapport lazen we o.a.: Gevlogen in formatie van 6 Mitchells, te 10.43 uur koers gezet op Haisborough, welk punt te 10.49 uur bereikt werd. Vandaar uit koers gezet naar positie 52 55 N - 0 2 28 O. Te 10.51 uur koers gewijzigd: ontweken konvooi ballonnen. Te 11.00 uur werd begonnen met zoeken met na volgende hoekpunten 52 - 55 N - 02 28 O. De Fr. 143 A. rapporteerde na beëindiging van deze air-sea.-rescue sortie geen bijzonderheden, en te 2.30 uur namiddag zette André van Amsterdam de kist weer aan de grond.

In augustus 1943 verhuisde het 320 squadron naar Lasham. Vanaf dit punt werden bombardementen op Frankrijk uitgevoerd. Het 320 squadron was met 12 Mitchells uitgerust en werd ingedeeld bij de Second Tactical Air Force 139ste Wing van No. 2 Group van Bomber Command. Het waren de Mitchells die het 320 squadron een onsterfelijke naam bezorgden, al zouden de verliezen groot zijn .......,

Op 7 oktober 1943 trouwde Follie in Engeland met Viviêne Cooke. Zijn onafscheidelijke vriend Wim van Stijn was getuige. Voor zijn huwelijksdatum werd Follie bevorderd tot 1e luitenant en hij trouwde in uniform. Zes dagen na zijn huwelijksdatum kreeg het 320 Squadron een belangrijke opdracht, waaraan het hele squadron zal deelnemen. Volledigheidshalve drukken wij hier de tekst af van opdracht, resultaat, bijzonderheden en deelnemers

Follie getrouwd

Bij de trouwerij

13 OKTOBER 1943,
Lasham  320 Squadron R.D.N.A.S. A 1. Vliegopdracht aan A en B Flight. Opdracht: Ramrod (stootijzer) Operatie no. 7. 12 Bemanningen van Mitchell-vliegtuigen, geleid door Wing Commander Lynn, wordt opdracht gegeven het Grand Queville krachtstation bij Rouen aan te vallen. Tijd van aanval 18.15 uur. Hoogte 1000- 10300 feet. Aantal en gewicht af te werpen bommen 48 X 1000 L.B.S. M.C. 0.25 TD.f Starttijd A Flight 17.08 uur. Starttijd B Flight 17.15 uur. Resultaat: Vele ontploffingen werden waargenomen in de Rivier de Seine langs de westelijke en transformer krachtstation. Aanslagen werden waargenomen in de omgeving van het doel. Weersgesteldheid boven doel: Geen bewolking. Zicht 10-15 mijl. Bijzonderheden: Er werden geen vijandelijke jachtvliegtuigen waargenomen. Wel echter werd afweervuur ondervonden van vijandelijke batterijen, hetgeen zwaar, doch onnauwkeurig gericht was. Tevens werd vrij veel luchtafweervuur gezien. Bij het terugkeren van het Franse doelgebied en het passeren van de Franse kust werden Mitchells beschoten door zwaar afweergeschut, hetgeen nauwkeurig gericht was. Eén vliegtuig werd licht beschadigd door kogels in de romp. Het escorte bestond uit 4 Squadrons Spitfires V en IX (waarschijnlijk het 322 Squadron, wat bestond uit Nederlandse jachtvliegers van de luchtmacht de Soesterbergers). Plaats Rendez-Vous. Reye. Follie Bouma vloog in de Fr. 165S met aan de stuurkolom A. van Amsterdam, 2e Vlieger-observer F. Bouma, sgt. vl. tel. Anemaet, kpl. Vl schutter Weysters. De Mitchell Fr. 165 S startte om 17.09 uur voor deze operatie in de B Flight en landde om 19.04 u. In dezelfde groep van 6, die zich tijdens de aanval dicht naast- en achterelkaar schaarden, de Fr. 144 B Capt. ovl. II De Liefde, Fr. 165 S Capt. ovl. II Van Amsterdam, Fr. 174 K Capt. ovl. II v. Dieren, Fr. 149 D Capt. ovl. II v. d. Wolf, Fr. 143 A Capt.ovl. II Voorspui, Fr. 162 P H. A. Milton. In de A Flight voor deze trip vlogen de Mitchells Fr. 156 V, Fr. 178 W, Fr. 157 X, Fr. 146 O, Fr. 142 F en Fr. 151 C.

De Mitchells voerden als registratie de letters N-0 op de romp met de R.A.F. Roundels, het serienummer begon met FW of FR, terwijl naast het bekende oranje driehoekje op de rompneus ook nog een letter was. Voorbeeld: bij de staart stond FR 142, op de romp N-O met R.A.F. Roundel, op de neus oranje driehoek en letter F, de F had de naam en bloem “Margriet” op de neus geschilderd staan. Dan was er de “Hollandse Nieuwe”, “De ouwe jongens”, “Volendam” enz. Tevens een aantal geschilderde bommen, die voor iedere bom een aanvalsvlucht aangaf.

In februari 1944 werd 320 Squadron overgeplaatst naar Dunsfold, een nieuw R.A.F.-vliegveld, met onderkomens ovaal van vorm en gemaakt van gegolfd plaatijzer. De sterkte van het Squadron was 12 Mitchells. Van hieruit worden nog verschillende vluchten gedaan naar Frankrijk, totdat op 1 juni 1944 alle Mitchells order krijgen "aan de grond te blijven”. De vaag gecamoufleerde kisten kregen opvallende zwarte en gele strepen op romp en vleugels geschilderd. (Dit waren de invasiestrepen ter onderscheiding voor de eigen luchtafweer).

3 Juni 1944. De squadroncommandant meldde het 320 squadron. Vlieg klaar en in uiterste staat van paraatheid. De vliegers slapen gekleed op bed.

4 Juni 1944. Het weer werd slechter, doch de paraatheidsgraad bleef gehandhaafd. 5 Juni 1944. Regen en wind en afnemende maan. 's Avonds 1 uur alarm. De vliegers snelden naar de briefingroom, alwaar de Squadroncommandant mededeelde, dat over een uur de Operatie "Overlord” zal aanvangen. (Overlord: code voor de invasie in Normandië). Wingcommander Lynn geeft de volgende opdracht. Ter ondersteuning van de landende troepen geschuts- en mitrailleuropstellingen bij de Atlanticwal in Normandië vernietigen. Starttijd is bepaald op 6 juni te 's morgens 5 uur. na een hazenslaapje zijn de vliegers op de vastgestelde starttijd present en hebben op de heenreis met harde tegenwind en regen te kampen. De Mitchells hebben weinig last van afweervuur en doen het nawerk, wat de engelse en amerikaanse bommenwerpers, die enkele uren eerder gestart waren, lieten liggen. Allen keerden behouden op Dunsfold weer, terwijl de Navy nu de Atlanticwall in puin probeerde te schieten. Nauwelijks aan de grond wachtte Follie en zijn makkers een nieuwe opdracht: Breng een batterij kanonnen tot zwijgen achter het strand bij Normandië, in de rotsen verscholen. Alhoewel het afweervuur heviger was dan enkele uren terug, kwam het 320 squadron er op die dag zonder verliezen af en vloog liefst vijf operationele vluchten. Twee dagen na de invasie is er een nieuwe vluchtopdracht. Ter wille van veldmaarschalk Montgomery moeten enkele geschutsopstellingen bij Caen het zwijgen worden opgelegd. Het wordt een precisiebombardement, wat vele levens zal kosten. Op weg naar dit doel raakten nog boven Engeland twee Mitchells elkaar met de vleugels, de FR 150 en FR 180, en stortten neer. Bij het doel was weinig afweervuur, maar de FR 179 werd neergeschoten. Deze aanval kostte dus aan 12 mensen het leven. Op de 1Oe juni is er een precisiebombardement op de staf van de 21e pantserdivisie in La Caine, waarbij de gehele staf, waaronder generaal-majoor Ritter von Elber Dawams, omkwam. Op de 20e juni volgt een aanval op Chateau d’ Ansenne. Twee Mitchells gingen verloren, waaronder de FR 151 C.

Op de avond van de 22ste juni hangt op Dunsfold het rood, wit en blauw halfstok. Van de 12 Mitchells, die die dag een  precisiebombardement moesten uitvoeren bij Caen, gingen er drie verloren, wat 12 mensenlevens kostte. De neergeschoten Mitchells werden dezelfde dag weer aangevuld, evenals het vliegend personeel wat dan uit buitenlanders, o.a. België, gerekruteerd werd. Op 26 juni deed het 320 squadron mee aan een massale aanval op Fontainebleau waar de benzineopslagplaatsen onder handen werden genomen. Eén Mitchell keerde niet terug. Door de zware verliezen bij het 320 squadron werden bemanningen en materieel bijna dagelijks aangevuld. Zo ontving het 320 Squadron op 14 augustus de Mitchell FW 258-G. Na inspectie moet de staart gewijzigd worden. Na de wijziging is de FW 258-G operationeel. Na 5 vluchten naar Frankrijk zou de FW 258-G worden neergeschoten, met aan de stuurkolom 1e luitenant-vlieger Follie Bouma, die toen juist 24 jaar was en 10 maanden getrouwd. Door de welwillende medewerking van het Bureau Maritieme Historie in Den Haag zijn wij in staat gesteld de korte operationele periode van de FW 258-G op te tekenen.

Briefing. Follie zit geheel rechts

Bemanning van een Mitchell. Follie staat tweede van rechts

RAF identiteitskaart

Bericht vermissing

14 AUGUSTUS 1944.
OPERATIE NO. 192 DUNSFOLD Opdracht: Bemanningen van 10 Mitchell-vliegtuigen werd opgedragen: "Strongpoint V 145469” (code) te bombarderen. Resultaat: Een goede concentratie bomaanslagen werd waargenomen in het doelgebied. Paarse rook werd duidelijk waargenomen. Na het bombardement een zware ontploffing, welke later gevolgd werd door een nog heviger ontploffing. Bijzonderheden. Ondervonden een weinig onnauwkeurig gericht afweervuur van zware batterijen. Er was geen bewolking boven doel, zicht 15 mijl, een weinig mistig. Deelnemende Mitchells: FR 193 L, FR 195 R, FR 196 T, FR 176 P, FR 198 C, FR 167 V, FW 187 W, FR 156 Y, FW 258 G met Follie Bouma aan de stuurkolom, sergeant vlieger-waarnemer kpl. vl. schutter Tessers, kpl. vl. schutter zm W. A. H. Melissen. Starttijd 10.34 uur. Landing 12.34 uur.

15 AUGUSTUS 1944.
Op 15 aug, was er een opdracht voor de Mitchells om een tanktransport te bombarderen. De code hiervoor was U 2040 - U 2041. Het doel was bij Caen, waar de 11 Mitchells te 18.25 uur waren, op een hoogte van 6000 feet. Er was 9/10 bewolking van 6000-12000 feet. Doel onzichtbaar. De formatie, bombardeerde niet en keerde terug en landde te 19.25 uur weer op Dunsfold. De FW 258 G werd toen gevlogen door serg. vl. Overwijn, O.Z.W.N. 3 Erwteman, dpl. sld. Mokkenstorm, kpl. vl. sch. Leuw. Verdere deelnemende Mitchells waren: FW 178 S, FR 189 F, FR 193 L, FR 186 B, FR 196 T, FR 195 R, FR 198 C, FR 156 Y, FR 167 V.

17 AUGUSTUS 1944.
Operatie no. 195 Dunsfold. Opdracht: Bemanningen van 6 Mitchell-vliegtuigen werd opdracht gegeven om benzine-opslagplaats te Mailleraye-Sur-Seine te bombarderen. Resultaat verondersteld werd dat bommen te kort voor doel vielen, dwars over de Rivier de Seine. Bijzonderheden: Ondervonden middelsoortig nauwkeurig gericht afweervuur van zware batterijen, opkomend uit het gebied van Caude bec-en-Caux. Vliegtuig FR 186 B werd boven doel getroffen door een bom van een boven hem vliegende Mitchell, hierdoor werd driekwart deel van het stuurboordroer afgerukt, vliegtuig keerde behouden op basis terug. Boven doel 4 6/10 strats cu. bewolking 15/10 op 5000 feet. Deelnemende vliegtuigen: FR 161 O, FW 187 W, FW 970 K, FR 176 P, FR 186 B, FW 258G, F. Bouma 1e luit.-vlieger, sergt.-waamemer H. J. H. Seelig, sergt.-vl.-tel. Anemaet, kp.-vl.-schutter R. Langendam. Start te 14.41 uur, Landing 17.06 uur.

Nacht van 17-18 aug. 1944.
Operatie 196. Dunsfold. Opdracht: De bemanningen van 9 Mitchell-vliegtuigen werd opgedragen Area. A (L 7118-L 9809) en Area B (L 8305-Q 8895) te bombarderen (Trouville Frankrijk). Resultaat: Kon niet worden waargenomen. Bijzonderheden: Ondervonden intensief onnauwkeurig gericht afweervuur van zware batterijen, opkomend ten zuiden van Trouville. Weersomstandigheden boven doel: zicht goed, werd daarna nevelig met 7/10 bewolking bij het einde van de aanval. Deelnemende vliegtuigen FW 178 S, FR 193 L, FR 189 F, FR 196 T, FR 195 R, FR 161 O, FW 187 W, FW 258 G, vlieger 1e luit. Follie Bouma, sergt-waarn. H. J. H. Seelig, sergt.-vl.-tel. Anemaet, kpl.-vl.-schutter R. Langendam. Starttijd 00.25.

De laatste vlucht

Voor de volgende nacht was er weer een opdracht. Door de verhoogde vliegintensiviteit der laatste week, was Follie Bouma oorspronkelijk voor operatie 197 vrijgesteld. Door ziekte en verliezen waren er echter bemanningen tekort. Follie meldde zich met zijn bemanning om voor operatie 197 in te vallen. Het zou hun laatste vlucht worden ........

Het was de avond van de 18e aug. 1944, toen te 23.05 uur de FW 258 G, tezamen met zes andere Mitchells, van Dunsfold opsteeg. Drie Mitchells zouden Duitse geschutsopstellingen, nabij Falaise, in het licht zetten door middel van "Flares” (Magnesiumlicht aan parachutes). Bij dit licht zouden de vier andere Mitchells, in formatie vliegend, de geschutsopstellingen door een precisiebombardement vernietigen. Op weg naar het doel moest de FV 970 K terugkeren wegens motorstoring. Tegen 12 uur zetten de Mitchells FR 198 C, en FR 193 L de geschutsopstellingen in het licht. Het weer op zichzelf was helder met 2/10 bewolking op 5/6000 feet.  Op. een hoogte van 3000 meter naderen vier Mitchells in strakke formatie, snelheid 400 km per uur. De formatie trekt een scherpe bocht ........ Bombing .... bombing... bombing ........ klinkt het door de boordtelefoon. De Flak heeft de formatie geplot en de in aanloop zijnde formatie is nu een helder doelwit. Grijze wolkjes van ontploffende granaten markeren de baan der aanstormende Mitchells. "Go”, commandeert de groepsleider en de 4 Mitchells laten hun bommenlast vallen. De traditionele opstoot wordt gevolgd door een klim om buiten bereik van de Flak te komen. De FR 195 R, FR 196 T, FR 178 S schieten omhoog en razen weg, FW 258 G, de 4e Mitchell uit de formatie is door de Flak geraakt en glijdt landinwaarts af .... Waarschijnlijk heeft Follie Bouma nog getracht de kist onder controle te krijgen; dit is op te maken uit de plaats waar de FW 258 G neerstortte, nl. ’t plaatsje Acqueville, noordwest van Falaise. De bemanning, bestaande uit reserve eerste luitenant-vlieger Miltaire Luchtvaart F. Bouma, reserve sergeant-vlieger Milt. Luchtvaart H. J. H. Seelig, korporaal-vliegtuig-schutter zm. R. Langendam (90653z.), korporaal-vliegtuigschutter zm. W. A. H. Melissen (90651z), kwamen hierbij om het leven. De terugkerende Mitchells ondervonden nog zwaar doch onnauwkeurig gericht afweervuur, opkomend uit het gebied van Mezedon. Landingstijd op Dunsfold 19 aug. 1944 te ’s nachts 1.10 uur. De bemanning van de FW 258 G, geïdentificeerd aan de metalen plaatjes die ze om de pols droegen, werd begraven op het kerkhof van Aqueville.

Terug in Nederland

Op 5 april 1945, toen de Canadezen in snel tempo Noord-Nederland bevrijdden, was het wijlen ds. Grootes van de Doopsgezinde Gemeente te Harlingen, die de fam. Bouma. op de hoogte stelde van de vermissing van hun dierbare zoon en broer Folkert.
De 29e juni van dat jaar kwam de officiële mededeling, dat Follie gesneuveld was.

Begin 1950 werd de bemanning van de FW 258 G opgegraven en uit Acqueville naar Amersfoort vervoerd, waar ze werden opgebaard. Follie, die op zijn 47ste oorlogstrip sneuvelde, stond aan het hoofd van zijn bemanning.

Op een koude dag in begin 1950 zijn zij, de vliegers van de bange jaren, na een onverhoeds sterven in de vreemde lucht, teruggekeerd naar het eigen land en op een koude dag, tegen het einde van de winter, werden zij eindelijk ter ruste gelegd, en nu voor immer. En als op deze dag de plechtige bijzetting op de Grebbeberg plaats vindt, het eresalvo klinkt en de bloemen neergevlijd worden, dan geraakt men vol verdriet om het verlies van zoveel onbaatzuchtige jonge idealisten.
En met de gedachte dat eigen handen weer de eigen bloemen met alle goede herinneringen aan hoe zij toen wel waren, alweer zoveel jaar geleden, schikken op hun graven. Want de mens zoekt altijd troost ..... !