AAN DE HAAL

De Vliegschool in Vlissingen ontsnapte na vier dagen strijd op 14 mei 1940 aan de Duitse aanvallers. In hun verouderde S IV toestellen volgden ze de Belgische kust tot aan Frankrijk, alwaar ze neerstreken op het vliegveld Carpiquet. Na enkele dagen op adem te zijn gekomen op 25 mei verder naar Cherbourg, met achterlating van de vliegtuigen.

In Cherbourg enkele dagen wachtten op orders. Deze lieten niet lang op zich wachten en op 30 mei werden de vliegscholen Haamstede en Vlissingen en de vliegers van de Marine-LuchtVaartdienst ingescheept op de Batavier II, welke op de overtocht naar Engeland werd geëscorteerd door H.R.M.S. Mijnenveger Jan van Gelder. Dit was weer eens wat anders dan vliegen, al ging het niet zo snel.

oorlogszakboekje (blad 1 en 2)oorlogszakboekje (blad 3 en 4)Op 31 mei, ’s avonds 17.30 uur, werden de vliegers gedebarceerd in Haver Fordwest (Engeland) en daar tijdelijk ondergebracht in afwachting van 't betrouwbaarheidsonderzoek.

10 juni 1940 allen overgeplaatst naar kamp Porth Cawl.

30 juni. Al het vliegend personeel overgeplaatst naar R.A.F.-station Hednesford, alwaar de technische opleiding werd voortgezet in afwachting van de beslissing van de regering of verdere opleiding tot oorlogsvlieger in Indië mogelijk zou zijn. De regering kwam tot de conclusie dat dit mogelijk was.

OP NAAR DE RYAN

Zo werd op 5 sept. vertrokken van het station Hednesford, waar de groep aspirant vlieger-officieren voor het vertrek der trein zich nog even liet fotograferen met een bond waarop staat: “Öfficer Commanding Royal Dutch Air Force". Follie staat er breedgeschouderd bij in landmachtuniform. Per trein naar Liverpool. Afscheid van de Blue Peter Club en het Piccadilly Circus. Zoete herinneringen aan Great Windmill Street, waar op de 19e aug. 1940 nog werd gedanst van 7.30 tot 2 uur ’s nachts.

7 sept. 1940 in Liverpool, ingescheept op de Durban Castle, een stoomtramper.

kaapstad5 okt, 1940. De aspirant vlieger-officieren staan in Kaapstad aangetreden, rond het monument van Van Riebeeck. De consul der Nederlanden in Zuid-Afrika, jonkheer G. R. van Swinderen, legde een krans, in tegenwoordigheid van een contingent Dutch Airmen, aldus het dagblad "The Cape Argus", dat hieraan een verslag en een foto wijdde.

Op 20 okt. 1940 vinden we het gezelschap vliegers in het Slangenpark in Durban. Of de slangen ook het woord "ouwe seun” verstonden, weten we helaas niet. Van hier verder met een ander schip, het s.s. ,,Swartenhondt”, naar Dar es Salaam. De jonge vliegers krijgen daar allen een uitgave van de Special Tanganjika Standard van maandag 28 okt. 1940, welke melding maakt met grote letters: "Greece at war with Italy”. De tropenhelmen werden opgezet en de inboorlingenwijk van Tanganjika. werd met een bezoek vereerd, wellicht om af te reageren op dit slechte nieuws.

Foto gezelschap3Fotogezelschap na beediging1 okt. 1940. Kilindini Harbour Area, via Mombassa naar het eiland van de vrouw Saichelle. De Hippische Sportvereniging te Malang hield een verloting, alwaar de vliegers, aangelokt door de prijzen van 40, 25 en 15 gulden, gaarne aan meededen. Weldra zou een harde trainingscursus aanvangen, op de Ryan, een zilverkleurige laagdekker, met zwart-omrande oranje driehoek op vleugels en romp en oranje richtingsroer. Ook hier zaten leerling en instrukteur achter elkaar, in de open lucht. Had men een bepaald aantal Ryan-uren, dan stond de weg naar het besturen van tweemotorige vliegtuigen open.

Het was niet alleen vliegen wat Follie in Indië wachtte. Naast een bevordering tot 2e luitenant kwam hij in contact met een familie welke hij oprecht bewonderde en waar het woord “Harlingen” nog zou vallen.