Folkert Bouma aanschouwde op 8 juni 1921 te Sint Jacobiparochie het levenslicht, tot grote vreugde van zijn ouders en zusje Jo. Amper 10 maanden oud verhuisde hij naar Voorstraat 15 te Harlingen. Op de toen nog stille Voorstraat speelde hij als kleuter en de weinige auto’s die passeerden kon je op de vingers van één hand tellen, en golden toen nog tot een bezienswaardigheid. De leerplicht gold ook voor Follie en in de zomer van 1927 stapte hij bedeesd over de drempel van wat men in de volksmond noemde School A.

EEN PASSEND CADEAU

Follie ontpopte zich als een zeer goede leerling en begon toen reeds belangstelling te krijgen voor de vliegerij. Toen hij de leeskunst dan ook machtig was, was het geen probleem meer voor de fam. Bouma om voor Follies verjaardag een passend cadeau te bedenken. Zonder doubleren doorliep hij de lagere school. De cijfers op het eindrapport ( Klik hier voor het rapport) waren van dien aard, dat Follie beslist onrecht zou zijn aangedaan als hij niet naar de H.B.S. zou zijn gestuurd.

bewijs van NederlanderschapOm vader en moeder niet op extra kosten te jagen, was Follie van één gedachte bezield. Om door hard te werken met vijf jaar zijn einddiploma  in de zak te steken. (Klik hier voor de rapporten van de HBS) Hij raakte deze tijd bevriend met de heer Frits van Ruyven en gezamenlijk blokten ze hard, om dit eenmaal voor ogen gestelde ideaal te bereiken. Ook bij de fam. Ruyven werd Follie een graag geziene gast.

“MOEKE, KANNE WE WAT VROEG ETE?”

Ondanks ijverig blokken vond Follie nog tijd om aan sport te doen. Het kaatsen was bij hem favoriet. En het kwam zo wel eens voor, dat Follie thuis kwam met de vraag: “Moeke, kanne we vanavond wat vroeger ete, want ik wil nog even naar het land om te kaatsen.” Dat moekes opoffering om het eten wat eerder op tafel te zetten niet voor niets was geweest, bewees de 7e augustus 1936. Op ruim 15-jarige leeftijd won Follie toen, tezamen met Frans Helfrich en Gerrit Braaksma, de Freulepantij te Wommels.

HIER KAN JE SJOELEN

Follie was prettig en behulpzaam, zowel voor zijn vrienden, als voor zijn ouders, die hun gezin inmiddels zagen uitgebreid met zoon Hans en dochter Annie. Bouma sr. dreef in die tijd een sigarenzaak,en naar gewoonte in die tijd kon men rond 5 december de ,,Sinterklaastafels” langs. Zo had Bouma sr. in 1937 nog al wat geld geïnvesteerd in prijzen voor sjoelen en speerwerpen, wat op 5 december van dat jaar bij hem in de zaak kon worden bedreven. De belangstelling hiervoor was niet bijster groot en vader Bouma dacht met groeiende verontrustheid aan zijn in de prijzen geïnvesteerd geld. Follie, ook doordrongen van het feit dat dit niet goed afliep, ging de deur uit en riep luidkeels voor de zaak: “Hier mut je weze, hier kan je sjoele”. Hij schroomde ook niet deze mare bij enkele medeleerlingen en leraren te verkonden. Alle prijzen gingen die avond weg.

NIET AAN DE SLAG KOMEN

Intussen zat Nederland in de crisisjaren, wijls Follie zijn H.B.S.-diploma in de zak had. Follie kon niet "aan de slag” komen en stak zijn misnoegen daarover niet onder stoelen of banken. Meer om de tijd te doden volgde hij nog een cursus typen en steno,terwijl zijn jongensdroom om vlieger te worden weer vastere vorm aannam. Follie begon ernstig te denken om maar vervroegd "de dienst” in te gaan en ziende dat Follie door dit gedwongen niets doen moreel werd aangetast, tekende Vader Bouma tenslotte na veel wikken en wegen het contract, wat Follie voorlopig voor twee jaar de zekerheid gaf om iets om handen te hebben. (Klik hier voor alle toelatingspapieren leger)

BIJ DE LUCHTVAARTAFDELING

In oktober 1939 kwam Follie zodoende op in Rotterdam, waar hem de eerste taken van een militaire loopbaan werden bijgebracht. Het waren de eerste schreden die hem dichter bij zijn ideaal brachten, want korte tijd daarna volgden de eerste vlieglessen, De vliegtuigen uit die tijd misten nog alle comfort en blootgesteld aan weer en wind zaten instrukteur en leerling-vlieger achter elkaar en raasden met wel 130 km. per uur door het luchtruim.

'T IS DAAR SE KOUD

Als Follie met verlof thuis kwam klaagde hij wel eens over de koude daarboven. Deze kleine vingerwijzing begrijpend, breide moeder Bouma een dikke pullover, uit blauwe wol, compleet met col. Dankbaar aanvaardde Follie deze warmte-aanwinst. Misschien had Follie toen reeds een voorgevoel van wat er eens gebeuren zou, want toen hij de pullover paste zei hij: "Dit ding mut mie straks geluk bringe!”  Het was inmiddels april 1940 en Follie, inmiddels tot korporaal bevorderd, bevond zich op de Vliegschool te Vlissingen.

BLIEF MAAR IN HUUS MOEKE

Ondanks diplomatieke verklaringen van Duitse zijde dat in Nederland geen haar gekrenkt zou worden, was het Follie die voelde, dat hij de zondags vóór de Pinkster in 1940 voor het laatst thuis was. Hij probeerde die dag zijn Vader ervan te overtuigen, dat het binnenkort "los” zou gaan. ’s Avonds, toen hij per laatste gelegenheid naar Vlissingen ging, zei hij tegen moeder bij het afscheid: "Blief nou maar mooi in huus moeke, ik red mie wel.” Moeder Bouma vond dit vreemd want het was altijd de gewoonte, dat wanneer Follie naar zijn onderdeel terugkeerde, moeder en zoon op de hoek van de St. Odolphisteeg nog even naar elkaar zwaaiden. Moeder week ook nu niet van die gewoonte af en als bij ingeving draaide Follie zich bij genoemde steeg om, bleef staan en zwaaide langer dan gewoonlijk. Dit was de laatste keer dat moeder haar toen 19-jarige zoon zag.